Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990)
Bijlage 2: Aanwijzingen
In artikel 82, lid 2 van het RVV 1990 wordt gesteld:
2. Bij het geven van aanwijzingen door middel van gebaren worden, voor zover mogelijk, de in bijlage II vastgestelde aanwijzingen gegeven.
Op deze pagina wordt een overzicht gegeven van de aanwijzingen in Bijlage 2. In de praktijk blijkt dat een weggebruiker regelmatig onvoldoende op de hoogte is van de betekenis van de onderstaande aanwijzingen. Het gebruik van het 'algemeen stopteken' om het verkeer te laten stoppen verdient vanwege de duidelijkheid vaak de voorkeur.
Met ingang van 1 maart 2009 zijn transportbegeleiders en weginspecteurs van Rijkswaterstaat ook gerechtigd om aanwijzingen te geven middels een verlicht transparant op hun voertuig. De overige verkeersregelaars mogen geen gebruik maken van een verlicht transparant.
![]() |
Algemeen stopteken. |
![]() |
Stopteken voor het verkeer dat de verkeersregelaar van voren nadert. |
![]() |
Stopteken voor het verkeer dat de verkeersregelaar van achteren nadert. |
![]() |
Stopteken zowel voor het verkeer dat de verkeersregelaar van voren, als voor het verkeer dat de verkeersregelaar van achter nadert. |
![]() |
Stopteken voor het verkeer dat de verkeersregelaar van rechts nadert. |
![]() |
1. Stopteken voor het verkeer in de vrije richtingen. 2. Opletten voor het verkeer in de stopgezette richtingen. 3. Kruispunt vrijmaken. |
![]() |
Teken tot snelheid verminderen. |
![]() |
Stopteken door verkeersbrigadier met toepassing van bord F10. |
Een verkeersregelaar maakt nooit gebruik van bord F10 (het 'stopbord') of een (rode) vlag. Het bord wordt uitsluitend gebruikt door verkeersbrigadiers, de vlag wordt uitsluitend gebruikt door begeleiders van railvoertuigen.







